Aspecten van thuis verkennen, zowel in foto’s als in verhalen.
Presentatie van je keuze van 5 foto’s over (t)huis.
Benodigde materialen
✓Bereid je 5 foto’s en 1 minuut verhalen voor
als voorbeeld
✓ Deelnemers hebben tijd nodig – er een nachtje over slapen – om de 5 foto’s te maken of te selecteren die symbool staan voor thuis.
bespreek de benodigde tijd met de deelnemers
✓wanneer je de foto’s print voor de deelnemers, ruim daar tijd voor in.
✓ Clips en pins om uw foto’s op een bord te bevestigen.
– OF –
✓ foto’s in digitale vorm, b.v. op een USB-stick, laptop, indien aanwezig, een projector.
voorgestelde locatie
✓ Prikborden of wandruimte om de foto’s te tonen – OF – scherm of wandruimte om de foto’s te projecteren.
stappen
1.
Voorbereiding: de facilitator bereidt 5 foto’s voor en presenteert deze, één in elke categorie, en vertelt achter elke foto een kort verhaal, elk van maximaal één minuut, zodat het hele verhaal 5 minuten duurt – over het onderwerp (t)huis. Dit is een voorbeeld om het onderwerp goed uit te leggen.
2.
Zodat de deelnemers de tijd hebben, tenminste gedurende een avond, om de 5 foto’s voor te bereiden.
1. Object dat staat voor thuis
2. Een stad of een plek binnen een stad, waar je je thuis voelt (bijvoorbeeld een café, een park, een meer, een galerie, je appartement).
3. Een of meerdere mensen die je je thuis doen voelen.
4. Een activiteit (een hobby, kunstvorm, sport, werk of iets anders) waarbij je je thuis voelt.
5. Toekomstig huis (dit kan een stad zijn, een appartement met of zonder mensen erin, bijvoorbeeld gericht op toekomstige familie of toekomstige omgeving, het kan realistisch zijn of een droom).
3.
Deelnemers geven hun 5 foto’s aan de facilitator op een USB-stick of sturen ze per e-mail, ze nummeren ze van 1 tot en met 5.
De facilitator of twee deelnemers bereiden zich voor op de presentatie van elke collectie van 5 foto’s (20 minuten voorbereiding).
– OF –
Zij hebben hun foto’s afgedrukt, of de begeleider(s) hebben hun foto’s voor hen afgedrukt. Elke deelnemer hangt zijn foto’s aan de muur of op een prikbord in de ruimte en rangschikt ze. (20-30 minuten)
4.
In tweetallen oefenen de deelnemers met het vertellen van een verhaal van één minuut achter elke foto, en stellen ze elkaar vragen om de ander te helpen het verhaal te vinden. Als ze digitaal aan het werk zijn, laten ze elkaar hun foto’s zien op hun mobiele telefoon, of naast de afgedrukte en hangende foto’s. (10 min per persoon = 20 minuten per koppel)
5.
Iedere deelnemer staat naast zijn/haar foto’s. De groep loopt rond en verzamelt zich rond het display en de deelnemer vertelt het verhaal van één minuut achter elke foto.
Digitale fotopresentatie: elke deelnemer krijgt ook 5 minuten vertonings- en verteltijd, en zegt “volgende” wanneer het ene verhaal klaar is en ze klaar zijn om het volgende te vertellen (duur 5 minuten x aantal deelnemers),
Afronden
- Discussie: 10 minuten.
- Wat vond je ervvan
- Als je één foto moest kiezen, welke zou dat zijn?
- Van welk van je eigen verhalen, genoot je het meest?
Om verder te gaan
- 1Een verhaal kan gekozen worden om uit te bouwen naar een langer verhaal.
- Check de ‘ één symbolische foto’ oefening
- Alle of sommige aspecten van de 5 manieren om naar je (t)huis te kijken, komen aan bod.
- Maak een fototentoonstelling in uw werkplaatsruimte, school, organisatie, culturele zaal of galerie en laat deze aan het publiek zien De verhalen kunnen op een mobiele telefoon worden opgenomen en er kan een qr-code gemaakt en bij de foto’s weergegeven.
- Kijk naar onze oefening voor het voobereiden van een expositie




